|
|
In maart was er al een contact geweest en moest er een gepaste datum besproken worden. Mei leek oké. Zondag 22 mei kwam iets later uit de bus. Opgewacht gingen we worden in La Braise, de Luikse PTB-vesting. Een punt moest nu geregeld worden: een gedegen groep mensen uit onze dichte of verdere omgeving meekrijgen voor de trip. Gedacht werd aan een twintigkoppige groep.
Ook het dagprogramma raakte langzaamaan klaar. Overleg tussen Roos en Thomas leverde het volgende op: wij zouden samenkomen aan het Maasmechelse Gemeentehuis, chauffeurs waren bereid om de kilometers af te malen, om ongeveer elf uur zouden we dan aankomen in de Vurige Stede.
La Braise aan de Esplanade Saint-Léonard kende ikzelf inmiddels al, na een ferme wandeling, zo’n maand eerder onder leiding van Hubert Hedebouw met als onderwerp "Opstandig Luik. De sintels van de Vurige Stede"
Wij weg. Met z’n twaalven in vier auto’s. Jammer genoeg met iets minder mensen dan gehoopt vanwege Communiefeesten en andere activiteiten.
De vierwielers kregen een zondagse rustplaats langs la Meuse. Een eerste wandeling ging in de richting van het PTB-lokaal. Roos Demyttenaere stond ons er op te wachten. Andere Luikenaars zouden snel komen opdagen. Koffie en frisdrank zorgden voor wakkere geesten.
François was de eerste Luikenaar die ons vervoegde in La Braise, snel gevolgd door Nicolas, en meerdere inwoners van la Cité Ardente.
Op het wandelprogramma: de uitgebreide zondagse markt op La Batte, het Bat. Veel volk, veel kramen. Op die manier sloegen we iets later een smalle twaalfde-eeuws straatje in om ons richting Place Saint-Lambert te begeven.
François, ik kende hem al van Manifiesta 2010 en zag hem onlangs ook op de manifestatie ‘Niet in onze Naam-Pas en notre Nom’. Even cool als vurig is die man steeds. Met de regelmaat gaf hij ons geschiedkundige wetenswaardigheden mee die het stappen interessant en aangenaam maakten.
Het weer. Dat zag er in de vroege ochtend niet te best uit. Buien waren er al, ook in de loop van de dag zouden we daar rekening mee moeten houden. Alles samen viel het toch wel mee. De zon werd onze gezel. Behalve toen we toekwamen bij het Paleis van de Prinsbisschoppen. Daar werd het schuilen onder de gewelven.
Wat kregen we tijdens dit eerste deel nog meer te zien? De romaanse Sint- Bartolomeüskerk, opvallend bouwwerk na de beëindiging van de renovatiewerken in 2005
Sophie, Luikse onderwijzeres en hier fotografe van dienst deed haar job geweldig, op La Batte maar onder andere ook aan het Perron, de plaats waar destijds wetten en verordeningen werden afgeroepen. Op de duur symboliseerde dit perron autonomie en zelfstandigheid, eerst van de bisschop, later van de stad. Dat werd een heuse, zeg maar bijna familiale, groepsfoto met achttien gezichten.
We begaven ons wederom naar La Braise. De innerlijke mens werd daar getrakteerd op broodjes, hesp, kaas, borden met diverse groenten en overheerlijke droge tomaten en olijven. Natuurlijk waren er wijndrinkers, liefhebbers van koffie of fris. Er werd gesmikkeld, er werden dialogen opgezet. Het viel ook op dat enkele van de Luikenaren een verdienstelijke poging deden om hun Nederlands boven te halen.
Er stond daar een piano in niet al te beste staat, maar zo even een deuntje spelen à l’improviste: het kon niet uitblijven. Maar waar zaten de tafelende partijgenoten die tussen het gefriemel op die toetsen van iemand ook de Internationale herkenden? Te druk in gesprek wellicht...
De lijven raakten weer in vorm. Er stond ons nu een wandeling te wachten naar de hogere regionen van de Maasstad. De beklimming van de Citadel. Deze is gelegen op een heuvel met uitzicht op de stad, gemiddeld 111 meter boven de rivier, 170 meter boven de zeespiegel. Het ging via een makkelijke aanloop en langs een stenen trap allereerst tot aan een mijningang uit vroegere dagen. Er kwam een zware klim voor de voeten. De meesten deden daar of dat allemaal vlot ging, anderen namen een eigen, trager staptempo om het hart niet al te zeer te belasten. Een enkele roker bleef achter als nog net niet helemaal van de wereld.
Maar we raakten met z’n allen aan het point de vue. Het magnifieke uitzicht op de stad, van het zuidwesten over het zuiden tot het oosten, was ons aller voldoening. Enkele goede zielen hadden gekozen om per auto aan dit punt te geraken. Zo gaat dat met gewetensbezwaarden.
De afdaling verliep rustig. Intussen werd er gepraat, gelachen, gaf François weer ergens een uitleg, mopje inbegrepen, en Sophie trok foto’s of haar leven ervan afhing.
Roos kreeg dan de ingeving om nog een ander parcours aan te vatten. Dat liep doorheen smalle trappengangen op schouderbreedte, tussen oude huizengevels. We kregen er zelfs een dosis medelijden met de lokale postbodes die dit dagelijks klimmend dienen af te haspelen.
Weer beneden na die afdaling bleek Thomas net twee maal de Bueren-trap op en neer gelopen te hebben. De Montagne de Bueren met 374 trappen: dat viel te merken aan zijn ademhaling. Maar het mag gezegd: het is een sportieve gast.
Oké, de klok ging naar vijven toe. Het laatste stuk bracht ons weer aan de de Place Saint-Léonard, nu een plein ter grote van een voetbalveld, maar ooit de plaats waar gevangenen hun thuis hadden.
Enkele versnaperingen en nog een deuntje aan die buffetpiano, alweer werd de Internationale niet opgemerkt, bracht het einde van het feitelijke bezoek. Tenzij... er nog kandidaten waren voor een bezoek aan het vernieuwde station van Luik-Guillemins, qua architectuur zeer hedendaags.
De Luikse mannen begaven zich naar het terras van een buurtcafé. Roos stapte mee de auto in bij Herman, dat werd een rit door de stad, maar echt uitstappen aan het spraakmakende gebouw zagen zelfs de meest sportieven niet meer zitten. Beetje jammer. Er werd gekozen voor de terugweg.
Roos werd nog uitvoerig bedankt voor de daverende ontvangst en afgezet aan La Braise. Onze chauffeur, de betere in zijn soort, gaf dan zijn wagen de sporen richting Limburgse Maaskant.
Er zijn daar op zondag 22 mei nieuwe vrienden-kameraden gemaakt. Er is zelfs ginds al gepraat over een vervolg in Maasmechelen.
Alles komt goed. Zeker als wij met onze Luikse kameraden de klim doorheen het Nationaal Park Hoge Kempen zullen aanvatten.
Enige revanche moet kunnen.