25 maart 2011 14:40 | Leeftijd: 1 jaar
| Thema: Luik, Limburg, Cultuur

zondag 17/04/2011: «Opstandig Luik. De sintels van de vurige stede» te Luik

Wij nodigen u uit voor een wandeling " Opstandig Luik. De sintels van de vurige stede" op zondag, 17 april van 11 tot 13u, in samenwerking met het Instituut voor Marxistische Studies. Het vertrek is bij de uitgang van het station van Luik Palais. Hubert HEDEBOUW verzorgt een begeleding in het nederlands. De volledige wandeling over Publemont heeft een hoogteverschil van ongeveer veertig meter, met twee stukken trappen. Voor de mensen voor wie dit een probleem zou zijn kan een kortere weg gevolgd worden zonder die steile stukken. Van Liège Palais wandelen wij over Hocheporte langs de oude vestingmuren naar de Mont Saint-Martin. Via de Place St Lambert en de Place du Marché, de hoogtepunten van het sociale leven, gaan wij naar ons centrum voor Culturele Actie La Braise. We zijn in de buurt van de zondagmarkt op La Batte. Wie wil kan daar iets kopen om in La Braise te verorberen, maar er zijn in de buurt ook een aantal interessante tapasbars of andere resto’tjes. En als er in de namiddag liefhebbers zouden zijn om in het Museum van het Waalse Leven de schilderijen te gaan bekijken van Leonard Defrance, "sloper" van de kathedraal van St. Lambert tijdens de Luikse Revolutie van 1789, dan zullen we hen met veel plezier begeleiden... meer op liege.labraise.be/event/2011/04/17/%C2%ABopstandig-luik-de-sintels-van-de-vurige-stede%C2%BB

Het probleem met dergelijke wandelingen is dat de revoltes weinig zichtbare sporen hebben achtergelaten. Het meest spectaculaire spoor is een afwezigheid: de kathedraal St. Lambert. De Luikse revolutionairen ontmantelden er in 1793 een van de grootste kathedralen in de Westerse wereld: dit symbool van de tirannie van het oude regime moest verdwijnen.
Er is ook de kerk van Sint-Maarten (basiliek geworden in 1886), waar tientallen edelen zijn omgekomen in de brand van de ‘Mal Saint-Martin’ in 1312. Deze opstand liet ons als immaterieel erfgoed de Vrede van Fexhe na in 1316. Dit document is voor Luik wat de Magna Carta is geweest in de geschiedenis van Engeland. Het zal de basis vormen van het publiek recht in Luik tot 1795.
Voor de rest hebben we een paar straatnaambordjes.

Charles Decoster beschrijft in zijn Uilenspiegel hoe de Rivageois in 1491 en 1513 in opstand kwamen: ‘Sommigen werden onthoofd of opgehangen en anderen verbannen uit het land, zo groot was de zachtmoedigheid van Monseigneur de la Marck, de zachte aartsbisschop’. De Rivageois gaven hun naam aan een straat en een hogeschool.
In 1177 veroordeelde het Concilie van Venetië de stellingen van Lambert le Begue. Lambert was volgens de katholieke historicus Balau "een ongehoorzame, heftige en onvoorzichtige oproerkraaier, wiens standpunten een onmiskenbare zweem van ketterij hadden." Een Protestantse Gemeente en een straat zijn naar Lambert le Begue genoemd.

Outremeuse heeft zijn straat Raes de Heers, in nagedachtenis van de volksmenner die de opstand leidde tegen de prins-bisschop Louis de Bourbon en Karel de Stoute, die de stad platbrandt in 1468.

In 1395 startten een aantal boeren van Seraing een rechtszaak tegen hun bisschop. De opstand van deze "beroepsagitatoren, die met het zwaard een nieuwe wet schrijven” (G. Kurth), zal tien jaar duren. De enige ‘rue des Hédroits’ is in Seraing. Op het monument in Othee waar tienduizenden Hédroits het leven verloren staat hun naam niet eens vermeld.
Na drie en een halve eeuw liggen de stoffelijke resten van Sebastien Laruelle nog steeds in een voorlopige grafkelder van de begraafplaats Robermont. La Ruelle is de leider van de Grignoux. De Prins-bisschop Ernest van Beieren wordt gesteund door de Chiroux. De strijd tussen Chiroux en Grignoux is in feite de strijd tussen Reformatie en Contrareformatie, begonnen na het Concilie van Trente in 1563. De Prins-bisschop moet wachten tot de Vrede van Munster in 1648 om Luik zijn politieke rechten te ontnemen. Het duurt tot de Luikse revolutie, op 18 augustus 1789, eer die terug werden veroverd.

La Populaire, het Volkhuis van de Belgische Werkliedenpartij, is afgebroken in 1977. Een straatje is ernaar genoemd.
Onze wandeling rond de revoltes van onze vurige stede is niet opgebouwd rond een aantal straatnaamborden, maar wil een stad laten ontdekken die gegroeid is uit duizend jaar verzet.

 

Hierbij een beschrijving van een aantal hoogtepunten van deze wandeling.

Station Luik Palais - Provinciaal Paleis - Paleis van de prins-bisschoppen
Luik Palais is eigenlijk ons Centraal Station. Voor de renovatie was een mager budget voiorzien: maar een tiende van de uitgaven voor het Calatravaproject van de Guillemins. Dit budget is nog eens gehalveerd in februari 2011!

Bij het verlaten van het station zien we het Provinciaal Paleis, een neogotisch gebouw dat Delsaux, onze Luikse Viollet-le-Duc, in de flank van het prinsbisschoppelijk paleis in klassieke stijl heeft geduwd. We zullen deze ‘restauratie’ vergelijken met de hedendaagse 'zware' restauraties in het ‘Ilot St. Michel’ recht voor ons.

Het station van Luik Palais was een onderdeel de ringspoorlijn die in de late negentiende eeuw veel van de omliggende buurten heeft vernield. We moeten niet te romantisch doen over de afbraak van de krotten: in 1846 had 40% van de huishoudens in Luik slechts een kamer voor 8,03 mensen! Over die huisvesting kunnen wij ons een zeker idee vormen in de restauratie van de ilots Firquet / Saint Severin' wat verderop. Binnen dit huizenblok, bereikbaar via een overdekte gang in de Rue Saint Severin 94, zien wij het "Hof Conti." De Toscaanse keramist Conti, die in Luik aankwam in 1854, lanceerde de marionet Tchantchès... Op de ruïnes van de voorstad Sainte-Marguerite, bevolkt door mijnwerkers en wapenmakers, heeft Joseph Nusbaum een aantal prachtige Art Nouveau gevels (AN) gebouwd.

Een snelweg dwars door de Place Saint Lambert
Eind negentiende eeuw wordt de rue de Bruxelles verbreed. Een eeuw later doet men er nog een schep bovenop. In 1975 snijdt een aftakking van de E25 de wijk in twee en verjaagt 5000 inwoners. Het wordt de laatste stuiptrekking van een strategie om de autostrades tot het hart van de stad door te trekken. We steken de snelwegrotonde van de Cadran over: deze "vierkante cirkel" wordt verondersteld de wijk weer met het centrum te verbinden.
We klimmen naar Publémont via de rue Hocheporte - rue des Remparts – en de trappen van de Wevers (Degrés des Tisserands), met een Rolandfontein. Het netwerk van deze fonteinen, gebouwd vanaf 1679, lag aan de basis van de multinational "Compagnie Générale des Conduites d'Eau" 
die in 1980 werd opgeslorpt (en gesloten) door Saint-Gobain.

 

De eerste opstand in de geschiedenis van de stad Luik
Saint-Martin en Saint-Laurent werden opgericht rond 965 door de bisschop Eracle.
In 980 werd Eracle al geconfronteerd met een ‘razende opstand’. De rebellen sloegen in de kelders van zijn bisschoppelijk paleis aan de Mont Saint-Martin de bodem uit de vaten rode wijn van Worms; een rode stroom wijn liep in de Maas die op dat moment nog aan de voet van de heuvel vloeide.

 

1312 de Mal Saint-Martin

In 1297 laat de prins-bisschop toe dat de ambachten zich organiseren in gilden. In heel Europa versterken de ambachten zich tegenover de adel en de geestelijkheid. In 1282 hebben wij de Siciliaanse Vespers en in 1302 de Brugse Metten. In Luik wordt dat in 1312 de ‘Mal St. Martin’.
Tegenover de ambachten staat de adel. De adellijke families Awans en Waroux moorden elkaar gedurende achtendertig jaar uit... Toen ze uiteindelijk de vrede tekenden in 1335 in de abdij van Saint-Laurent hadden dertig duizend mensen het leven verloren en was de adel veel van zijn macht verloren.

Luik maakt deel uit van het Heilige Roomse Rijk. De Prins-bisschop van Luik kan niet veel steun verwachten van het Rijk, waar de feodale adel de centrale overheid zo zwak blijft tegen. Tijdens het conflict dat leidt tot de Mal Saint Martin, wordt hij gedwongen te manoeuvreren tussen ambachten en adel. Op 3 augustus 1312 helpen zijn van kop tot teen gewapende kanunniken het volk om stro en droog hout tegen de kerk te stapelen en in brand te steken waarin de edelen zich hadden gebarricadeerd na een mislukte samenzwering. Prins-bisschop Adolphe de la Marck doet enkel de wederopbouw van de kerk betalen en sluit de zaak af met de Vrede van Fexhe in 1316. De Vrede van Fexhe is het meest bekende document in de geschiedenis van Luik en vergelijkbaar met de Magna Carta in de Engelse geschiedenis.

Een admiraal van de zeegeuzen op de Mont Saint Martin

De machtige familie de la Marck, van Germaanse oorsprong, is alomtegenwoordig in de turbulente geschiedenis van het prinsbisdom. Willem II de la Marck, heer van Lumey is admiraal van de zeegeuzen geweest. Op 28 oktober 1568 was hij er niet in geslaagd de poorten van Luik te doen openen voor Lodewijk van Nassau, de broer van Willem van Oranje. Hij redde die Willen De Zwijger door in 1572 aan het hoofd van 26 schepen en 800 mannen Den Briel in te nemen. Hij werd daarvoor tot stadhouder van Holland benoemd. Vluchtige roem, want in 1576 verbant de Prins van Oranje de 'gauchistische' Lumey uit Holland. Hij keerde terug naar Mont-Saint-Martin, waar hij overleed op 1 mei 1578.

1531: De Rivageois voor de abdij van Saint-Laurent

De rue Saint-Laurent heette lang « faubourg Saint-Laurent » want zij was gelegen buiten de wallen en de Porte Saint-Martin. Vijf eeuwen geleden kwamen de mensen in Tilleur in opstand. Met 3000 streken ze neer voor de abdij van Saint-Laurent, waar de monniken ze te eten en te drinken gaven, om aan de Prins Erard de la Marck tijd te geven om terug te komen van Brussel naar Luik. De bisschop kocht graan in Sint-Truiden verkocht dat in Luik tegen een lagere prijs. Zo kreeg – kocht - hij de steun van de ambachten voor de onderdrukking van de opstand. De 'zachte aartsbisschop Mgr. de la Marck' (volgens Charles Decoster) liet de hoofden van de terechtgestelde Rivageois aan de poorten van Sainte-Marguerite en Sainte-Walburge nagelen.
Vanaf de Thier de la Fontaine hebben we een prachtig uitzicht op de wallen en de toren van de Mohons (mussen) van de eerste vesting van Notger.

De rue des Bégards en Lambert le Bègue

In 1177 veroordeelt het Concilie van Venetië Lambert le Begue. Hij was pastoor van een Begijnhof Saint Christophe onderaan de Publemont. Begijnen of Beghards waren voor de kerk verdacht, net als de Lollards en alle tendensen die de armoede in de kerk voorstonden... De prins-bisschop liet pastoor Lambert in de kerk van St-Lambert oppakken terwijl hij predikte tegen de allesoverheersende corruptie in de kerk. Volgens J. Daris bevatten de meeste thesissen van Lambert doctrinaire fouten die grote overeenkomsten vertonen met die van de Vaudois. In 1857 noemt de gemeenteraad een straat naar zijn naam.

Fontein Roland, Crowne Plaza en de hotels Sélys en Méan

Van 1659 tot 1877 was het gebouw op nummer 13 eigendom van de graven van Mean, ook eigenaars van het "hotel Selys". François-Antoine-Marie-Constantin Mean werd tot prins-bisschop "verkozen" in 1792. Helaas voor hem komt de revolutie eraan en verjaagt hem! Koning Willem van Holland duidt hem aan als de nieuwe aartsbisschop van Mechelen in 1816. Hij overlijdt in 1831 als de laatste prins-bisschop van Luik en de eerste aartsbisschop van het onafhankelijk België.
Crowne Plaza restaureert vandaag het hotel Selys.

De collegiale Sainte-Croix en zijn parochiekerk

De collegiale Sainte-Croix  (uitzonderlijk Waals erfgoed), in de rue Sainte-Croix, werd in 979 door Notger gesticht. Het gebouw was voorbehouden aan het Kapittel van 15 kanunniken. De gelovigen moesten zich tevreden stellen met het kleine parochiekerkje erlangs. Nu is dit een woonhuis. Het hotel Torrentius Lievin in de rue Saint-Pierre werd gerenoveerd in 1981 door de grote architect Charles Vandenhove. Het hotel Solières Desoer is van de grote Luikse architect Lambert Lombard (1505-1566) aan wie we ook het paleis van de prins-bisschoppen te danken hebben. In 2001 werd het gerestaureerd door Philippe Greisch.

Place de l'Opéra en het standbeeld van Andre Ernest Modeste Gretry.

Gretry begint als een misdienaar in Saint-Denis in Luik. Hij is een vriend van Voltaire, maar ook een van de favoriete componisten van de Franse koningin Marie-Antoinette. De componist verliest deze baan door de Franse Revolutie, en ook zijn spaargeld verdwijnt in een faillissement. Dit belet hem niet de revolutie te steunen. In een brief van 4 november 1792 schreef Gretry aan Rouget de Lisle, de componist van de Marseillaise: "Hallo, mijn dappere, kom me een van deze dagen omhelzen. Een dag zal mijn land van Luik Frans zijn, en ik ben daar trots op. "
Het republikeinse leger zingt zijn lied ‘La Victoire est à nous’ bij de inname naar Moskou in 1812. Napoleon slaat hem Ridder in het Legioen van Eer in 1802. Hij ligt begraven op Pere Lachaise, en het standbeeld op de  
Place de l'Opéra bevat een urne met het hart van de componist.

La Populaire, de place Verte en het algemeen stemrecht

Rond 1900 is « la Populaire », place Verte, de zetel van de Parti Ouvrier Belge (POB, PS, Socialistische Partij na 1945). Dit gebouw uit 1662 was eigendom van de familie Mean.
Het werd Volkshuis in 1895 en wordt afgebroken in 1977. Ook de place Verte verdwijnt. Een klein plaatsje werd in 1999 « place Verte » gedoopt.
In juni 1912 verloor het liberaalsocialistisch kartel de parlementsverkiezingen. De politie vroeg versterking aan de gendarmerie. Rond 21 uur hoorde men een aantal schoten. De leiders van la Populaire riepen de demonstranten op om binnen te komen. De gendarmes beschoten daarop het café, doodden 3 mensen en verwondden een twintigtal anderen.

De Algemene Raad van de POB lanceert een oproep tot kalmte. In 1913 wordt een "georganiseerde, uitgebreide en vreedzame" algemene staking uitgeroepen voor het algemeen kiesrecht. Die loopt uit op een compromis. Slechts op het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt het algemeen kiesrecht aangenomen.
Vanop de Place Saint Lambert start in 1960 de betoging die leidt tot de verwoesting van het station van de Guillemins, tijdens de grote staking. En dit is ook hier dat op 12 maart 2003 50.000 mensen demonstreren uit solidariteit met Cockerill, tegen de sluiting van de warme lijn. Een hoogoven is vandaag nog steeds actief!

De «Grote Yo-Yo» van Alain De Clerck.

Op de Place Saint Lambert zien wij de fontein van Halinka Jakubowska. In een geïmproviseerd referendum in 1995, waaraan slechts 3.000 mensen hadden deelgenomen, had bijna de helft (46,7%) gekozen voor de "Grote Yo-Yo" van Alain De Clerck. Het schepencollege duidde uiteindelijk de tweede (21,2% van de stemmen) als de winnaar aan. Van De Clerck zien we in de rue Feronstree zijn “publieke sculptuur voor culturele steun”, een soort 'OCMW' dat werken van hedendaagse kunstenaars koopt. Bij elke munt die in de SPAC wordt gestoken gaat de Vlam van Cultuur branden. Elke keer wordt een euro bijgelegd door een paar sponsors.
Op de Place Saint Lambert is er ook een leegte: de kathedraal Saint-Lambert werd door de Luikse revolutionairen gesloopt in 1792 als een symbool van tirannie. Even verder, in de Ilot Saint Georges, kan men in het Museum van het Waalse Leven de schilderijen bewonderen van de schilder Leonard Defrance die de "ontmanteling" van de kathedraal leidde. Op het terras van Saint Georges kwam het stadspersoneel samen in 1983 tijdens zijn wekenlange acties tegen de sociale afbraak.

De Place du Marché en het perron

Hier werden op 30 juni 1407 een aantal aanhangers van de prins-bisschop Jan van Beieren terechtgesteld door de hédroits, nadat zij hun bisschop op 18 maart hadden afgezet. G. Kurth zei van hen: "Met het zwaard schreven ze een nieuwe wet." Hun opstand was in 1395 begonnen in Seraing. Ze drijven de prins-bisschop zo in het nauw dat die in september 1408 de hulp van zijn broer, de graaf van Henegouwen, en Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië moet inroepen. In het bloedbad van de slag bij Othee werden de hédroits verslagen. De hertog van Bourgondië kreeg er een beetje gemakkelijk de titel van "Jan zonder Vrees." 60 jaar later, zal zijn kleinzoon Karel de Stoute Luik platbranden!

Maar de hédroits geven zich nog niet gewonnen. Zij veroveren Herk op 30 september 1409. De volgende dag werd de stad heroverd door de prins-bisschop. Op 5 oktober 1409 wordt Jean van Spa, leider van de hédroits gevierendeeld op de Place du Marché en de vier stukken van zijn lichaam worden door vier van zijn medestrijders naar de poort van Sainte-Walburge waarna zij ook worden onthoofd. Zo kreeg Jan van Beieren de bijnaam "Jan zonder medelijden."

1983: het stadpersoneel op de op de « dalle »

April 1983. De stad Luik heeft zware financiële moeilijkheden, en kan zijn personeel niet meer betalen dat prompt in staking gaat tegen het bezuinigingsplan. Elke dag, komt het personeel samen op « la dalle »  in het îlot Saint Georges. Deze strijd duurde bijna drie maanden en heeft onuitwisbare littekens achtergelaten: verlies van werkgelegenheid, maar ook loonverlies en privatisering van bepaalde diensten.
In 1981 had Luik 7914 werknemers; in 2008 bleven er slechts 3043 over, en slechts 44% van de ambtenaren zijn statutair, tegen 84% in 1981.
Op de Place Saint Barth, het standbeeld ‘de principautaires' van Mady Andrien in Cor-Ten staal. Van dezelfde kunstenares en hetzelfde materiaal vinden wij op de Place de la Bergerie in Seraing een standbeeld voor de vakbondsleider Rene Piron, en in Wandre een van Robert Gillon.

Esplanade Saint Léonard

Op de Esplanade Saint-Leonard roept een houten structuur de Porte de Vivegnis op, getuige van het laatste gevecht in de strijd tegen de prins-bisschop Louis de Bourbon. In 1452 was Gent in opstand gekomen tegen Filip 'de Goede'. Louis de Bourbon Prins was bisschop van Luik geworden in 1456. Gedurende tien jaar zullen knuppelslagers en metgezellen van de groene tent hem het leven moeilijk maken. De volksmenner Raes de la Rivière de Heers verklaart in 1464 de eigendommen van de bisschop verbeurd. Louis de Bourbon vraagt hulp aan het hof van Bourgondië. In 1467, verzamelt Karel de Stoute een leger van 30.000 man dat de rebellen verpletterde in Brusthem. Op 26 oktober staan de troepen van Bourgogne voor de Poort van Vivegnis. Jean de Wilde probeert met een paar honderd Rivageois en Franchimontois een uitval waarbij hij dodelijk wordt gewond.

Besluit

Van Eracle tot nu, een millennium van strijd en opstand. Wat heeft dat uiteindelijk opgebracht? Ik geef hiervoor het woord aan Friedrich Engels:  "De economische productie en de sociale structuur die daar noodzakelijk uit voortvloeit zijn in elke historische periode, de basis van de politieke en intellectuele ontwikkeling. Daardoor is de hele geschiedenis een verhaal van klassenstrijd, maar die strijd heeft nu een stadium bereikt waarin de uitgebuite klasse, het proletariaat, zich slechts kan bevrijden van de klasse die haar uitbuit, de burgerij, zonder daarbij de hele maatschappij van uitbuiting te verlossen. "


Reageren?

Nog geen reacties ontvangen
Voeg hieronder uw mening toe

* - verplicht veld

*





*
*