|
|
Eerst even het kader schetsen: het gaat om een typisch achterafzaaltje met de gebruikelijke muurschilderingen van landschappen, mooi bruingebrand door de vele jaren van zorgvuldig aangebrachte tabaksrook. Vooraan stonden dan twee tafels met daarachter drie LDD-mensen, die zich bij het begin netjes voorstelden, én een vierde persoon die niét voorgesteld werd, wat toch eigenaardig was. Twee ervan hadden hun LDD-uniform aan: een stevig uitziend hemelsblauw hemd met het logo op de kraag geborduurd. Geheel volgens de verwachtingen dus, want als er één partij is waarvan je dit soort “branding” mag verwachten, dan toch wel Lijst Dedecker.
Wat branding betreft nog dit: lees het boek No Logo van Naomi Klein. Daarin legt de Canadese schrijfster-activiste ondermeer uit hoe merken meer en meer op zich verkocht worden: het maakt voor consumenten blijkbaar niet meer uit of deze of gene Nike-sportschoen wel goed zit en doet wat ze belooft te doen, zolang het logo er maar duidelijk genoeg op staat (was de Millet-vest uit mijn jeugdjaren een mooie jas?). Ik ben geneigd deze stelling door te trekken naar LDD…
Toen ons groepje binnengeroepen werd vanuit het café bleek dat de opkomst eerder mager was: drie “van de onze” en een zestal andere mensen. De uiteenzetting verliep aanvankelijk nogal rommelig: de PowerPoint-presentatie die klaarstond werd uiteindelijk nauwelijks gebruikt, met wat flauwe uitleg erbij, en toen was het tijd voor de propaganda: iedereen kreeg een drankje aangeboden en een pamflet van een bladzijde met daarop enkele kernpunten uit hun programma.
Wat verder opviel tijdens de rest van de avond: de secretaris was veelvuldig aan het woord, vaak met het vernoemen van grote bedragen waarmee dan om de oren geslagen werd. Zo van: zolang ik aan het woord ben, moet ik tenminste niet naar een eventueel vervelende vraag of andere uiteenzetting luisteren. Ik had echter niet de indruk dat hij daarmee mensen op zijn hand kreeg.
Ook ging het om verhalen van de buitenlander die zijn vrouw naar hier haalt, waar zij na een dagje interim-werk direct langs de kassa passeert van de werkloosheidskas, terwijl een hardwerkende Vlaming even in Duitsland gaat wonen, er ziek wordt, en bij terugkomst nergens recht op blijkt te hebben. Juist, dat soort populistisch gebazel dus.
Veel kritiek – weliswaar meestal terecht - op het huidige bestuur of zullen we zeggen wanbestuur, maar afgeronde oplossingen heb ik alvast niet gehoord. Er werd aangeklaagd dat er teveel ambtenaren zijn in België in vergelijking met de ons omringende landen. Dat lijkt te kloppen als je het numeriek bekijkt, maar we zitten nu eenmaal ook met teveel regeringen volgens sommige mensen, maar daarover zei men niks. Het toeval wou dan ook nog dat een vriendin van ons groepje (onze vierde man was een vrouw) een ambtenaar was, die alvast voor wat betreft haar werkveld niet akkoord was hiermee: ondermeer voor de bestrijding van de wijdverbreide fraude in ons land kunnen er best nog wat bekwame mensen aangeworven worden!! En wat meer is: met wat zij de staatskas zouden terugbezorgen kan hun loon in veelvoud betaald worden, maak je geen zorgen.
De klap op de vuurpijl kwam er echter toen de voorzitter trots verkondigde dat Lijst Dedecker voorstander was van het verlagen van de BTW op energie!! Van zoveel sociale inzet waren wij even van de kaart, dat begrijpt u wel.
Ik deed echter mijn best om mijn verwondering niet te laten merken. Toen ik na een paar slokjes Tripel Karmeliet weer tot mezelf gekomen was, stelde ik de vraag: “hoe lang hebben jullie dit voorstel reeds?” Antwoord: “och, al sinds ons ontstaan, zeker, zo’n drie jaar geleden.” Wederwoord: “Het voorstel is vier jaar geleden bij de PVDA ontstaan, en sedertdien hebben WIJ al zo’n 175.000 handtekeningen van Belgen verzameld, het voorstel komt dus van ons.”
De voorzitter herpakte zich merkwaardig snel: “ah, dan moeten we de PVDA alle krediet geven voor dit voorstel”. Maar dan was het weer de beurt aan de secretaris: met een hoge dunk van hier tot Oostende verkondigde hij het volgende: “Het grote verschil met die van de PVDA is dat wij van LDD vinden dat het verlies van inkomsten door de regering zelf gedragen moet worden, terwijl zij (wij dus) zeggen dat Electrabel daarvoor moet opdraaien.”
En hier, beste lezertjes uit eerst-de-mensen-land, is waar het om draait! Ik verklaar me nader:
Een rechtse oppositiepartij roept langs de kant, maakt veel lawaai, en doet alsof de regering de schuld is van alle miserie. Want zeg nu zelf: We hebben jaren teveel betaald voor elektriciteit en doen dat nu nog (de burger moest mee afbetalen aan ‘onze’ kerncentrales, weet je wel, waarom eigenlijk), en de overheid zou met ons belastingsgeld de BTW moeten doen dalen, en de veroorzaker van het probleem dus ongemoeid laten? Ik dacht het niet!!
Wat napluiswerk verduidelijkte trouwens nog het volgende: hun voorstel van resolutie dateert van 24 januari 2008 (!), dat kan van hun site afgelezen worden. De lokale voorzitter zal slecht ingelicht zijn, wellicht.
Om het allemaal nog wat straffer te maken: een tweetal maanden voor ze het voorstel indienden, vonden ze het ganse idee maar onzin (zie volgende link). Opportunisme heet zoiets: als politieker zeg ik groen, maar het volk zegt rood, dus zal ik even doen alsof ik ook rood zeg. Ik vind aan de macht zijn belangrijker dan het volk goed besturen, namelijk.
Een linkse oppositiepartij doet het anders: we spitten het probleem uit. We onderzoeken uitspraken als daar zijn: meer concurrentie doen de prijzen dalen, en stellen vast dat daar geen moer van klopt, en kijken dan verder waarom dat niet klopt. We ontdekken daardoor dat het om monopolies draait die de meeste Europese regeringen in hun achterzak hebben zitten. En dan stellen we iets voor dat in ons land kan werken, ondermeer omdat we ontdekken dat het in andere landen ook werkt, én omdat onrechtmatig hoge winsten aangepakt moeten worden. Dàt is een linkse oppositiepartij.
En de SP-a dan, hoor ik enkelen denken? Wel, ik moet nu een lachbui onderdrukken: ik wacht nog steeds op het eerste treffelijk oppositievoorstel van hun kant, sedert ze in de ene regering meeregeren en in de andere “oppositie voeren”. Zelfs bij de beste topturners doet een spagaat na enkele maanden geweldig pijn, natuurlijk.
Maar laat ons besluiten met terug te blikken op die avond ‘Dedeckeren voor beginners’: enkele goede ideeën (betere sociale bescherming van kleine middenstanders bv), veel uitvoerige monologen die niet steeds een antwoord op de vraag waren, een rechtse kijk op het bieden van oplossingen, wat dus vooral betekent het aanklagen van het probleem zonder het uitwerken van een afgeronde oplossing, en vooral: heel weinig gehoord over koopkracht, sociale zekerheid en de rol van de vakbonden in deze moeilijke tijden. De partij lijkt last te hebben van het Pim-Fortuyn-syndroom: als de leider er niet meer zal zijn, valt het uit elkaar. Het kan een indruk zijn, maar het is toch een uitspraak ik die vaker hoorde, en zeker niet alleen in linkse gespreksgroepen.
Grote verdienste van deze avond is wel dat ik van plan ben zelf een degelijke presentatie in elkaar te steken, om daarmee ook nieuwe mensen te bereiken, al dan niet in achterafzaaltjes van berookte cafés. Je merkt het, ik ben een niet-roker.. Misschien tot één van deze avonden!
Jan Moerman – PVDA Ledeberg